Geldwaarden

Als we ergens betalen dan doen we dat met euro en eurocenten. 
Om het wat gemakkelijker te maken spreken we niet altijd van eurocenten maar van cent.
Om niet altijd 'euro' te moeten schrijven, hebben we een euroteken.
Dat is een grote C met 2 streepjes in het midden: €.
In het Nederlands schrijven we het euroteken voor het bedrag. 

Er bestaan euro biljetten en euro munten.
De biljetten zijn altijd euro. De munten kunnen euro of eurocent zijn.
Je kan het verschil herkennen doordat de euro muntstukken 2 kleuren hebben. De cent muntstukken hebben slechts 1 kleur.

 

Er is een manier om een bedrag te lezen:
De cijfers voor de komma lezen we als euro, de cijfers na de komma lezen we als cent bvb:

 

8,15 lezen we als 8 euro 15 cent.

 

Wist je dat 1 euro evenveel is als 100 cent?
Dit kan je gemakkelijk onthouden cent in het Frans is honderd in het Nederlands.

 

 

 

 


 

 

 

Euro.bmp

Hier zie je de verschillende biljetten en munten die bestaan tot 100 euro.

 

 

 

Eurobiljetten.jpg

5 euro

20 euro

100 euro

50 euro

10 euro

2 cent

euromunten.jpg

5 cent

50 cent

2 euro

1 euro

10 cent

1 cent

20 cent

We kunnen gepast betalen.
Dat betekent dat je het juiste bedrag geeft.
Je geeft altijd zo weinig mogelijk muntstukken en biljetten.

bvb €28,50
- biljet van 20 euro
- biljet van 5 euro
- muntstuk van 2 euro
- muntstuk van 1 euro
- muntstuk van 50 cent.

 

 

 

 

 


 

We kunnen ook te veel betalen. 
Dan moet de kassierster geld terug geven.
bvb ik moet €21 euro betalen. 
Ik betaal met een briefje van 50 euro.

Ik reken €50 - €21 = €29
De kassierster geeft dan

het volgende terug:
- biljet van 20 euro
- biljet van 5 euro
- 2 muntstukken van 2 euro.