Tijd

tijd lezen we in

uren.

Om niet altijd de lange zin te moeten schrijven
korten we dit af en schrijven we

h.

 

We leerden de tijd aflezen op een analoge klok.
 

1. We kijken naar de grote wijzer.

2. staat hij op 12, 6, 3 of 9 ?

3. We kijken naar de kleine wijzer.

4. staat hij op een cijfer of tussen 2 cijfers?

Het uur

De grote wijzer staat op de 12.
De kleine wijzer staat op een getal.

We lezen:
Het is .... uur.

We noteren:
Het is ... uur.
Het is ...h.

Het half uur

De grote wijzer staat op de 6.
De kleine wijzer staat tussen 2 getallen. 

We lezen:
Het is half .....
Het is ... dertig

We noteren:
Het is ....h30

Het kwartier

De grote wijzer staat op de 9.
De kleine wijzer staat tussen 2 getallen.

We lezen:
Het is kwart voor ....

We noteren:
Het is ...h45

De grote wijzer staat op 3.

We lezen:

Het is kwart over....

We noteren:
Het is ...h15

analogeklokcompleet.png

We leerden ook dat de tijd soms voorbij vliegt als het leuk is.

Soms gaat de tijd ook tergend traag voorbij als het niet zo leuk is.


Sommige dingen gaan sneller of trager dan andere. Dit noemen we snelheid. Dit gaat over afstand en tijd. We meten hoeveel afstand we afleggen in een bepaalde tijd.
Bvb. 1 kilometer in 10 minuten of 1 meter in 3 seconden.

het uur in minuten.png

tijd lezen we ook in

minuten en seconden.

Om niet altijd de lange zin te moeten schrijven
korten we dit af en schrijven we

min en s.

 

De tijd kunnen we verdelen.

1 uur = 60 minuten

 1 kwartier = 15 minuten

1 uur = 4 kwartieren

1 half uur = 30 minuten

1 uur = 2 halve uren

1 minuut = 60 seconden

02-Wat-is-een-half-uur-voorbeeld-2-PNG.p
02-Wat-is-een-kwartier-voorbeeld-2-PNG.p
02-Wat-zijn-minuten-12-minuten-over-PNG.